Gameverbod: verbod op gewelddadige games

In juni 2009 stelden een aantal Duitse ministers voor om in Duitsland een verbod op gewelddadige games in te voeren. Zij willen de maatregel gerealiseerd zien worden voor de Bondsdagverkiezingen in september 2009. Dit leidt tot veel protest van de gamesindustrie en de Duitse gamers.

 

Wat is een gameverbod?

Een gameverbod is een algemeen verbod op gewelddadige computerspellen. Spellen worden nu al ingedeeld in leeftijdscategorieën. Men erkent spellen die men mag spelen na het twaalfde levensjaar, na het zestiende levensjaar en na het achttiende levensjaar. Bij een gameverbod worden video games die te gewelddadig zijn, niet toegelaten op de markt.

 

 

Motivatie achter een gameverbod

De motivatie achter een gameverbod is dat mensen door het spelen van gewelddadige computerspellen zelf gewelddadiger en asocialer worden. De mensen die door gewelddadige computerspellen worden beïnvloed zijn in twee categorieën in te delen.

 

In de eerste categorie vallen mensen die door het spelen van de gewelddadige spelletjes direct gewelddadig worden. Voorbeelden zijn twee vrij recente voorvallen in Duitsland. Op 11 maart 2009 werden op de Albertville Realschule in Winnende zestien mensen doodgeschoten door een zeventienjarige scholier. Er wordt gezegd dat de dader de spellen Counter Strike en Farcry 2 vaak speelde. Een ander drama speelde zich af in april 2002. Op het Gutenberg-gymnasium in Erfurt schoot een negentienjarige voormalige scholier zeventien mensen dood. Daarna pleegde de dader zelfmoord. Ook van deze jongen wordt gezegd dat hij veel gewelddadige computerspellen speelde.

 

Voor enkele ministers in Duitsland was dit reden om reeds in 2007 kenbaar te maken dat zij een Europees gameverbod willen. In 2009 stelden zij voor om een gameverbod in Duitsland in te voeren. Zij willen deze maatregel gerealiseerd zien worden voor de nieuwe Bondsdagverkiezingen in september 2009.

 

 

Waar geldt momenteel een gameverbod?

Er zijn momenteel geen landen bekend waar een algemeen gameverbod geldt. Wel worden een aantal spellen door een aantal landen niet verkocht. Zo wordt het computerspel Manhunt 2 in Engeland niet verkocht, omdat het teveel geweld zou bevatten. Dit spel kwam uit rond juni 2007. In diezelfde maand ontstond in Nederland de discussie een eventueel verbod op Manhunt 2. Vooralsnog is het spel Manhunt 2 in Nederland en België gewoon te kopen.

 

Ook heeft de SGP in 2007 een motie ingediend om een gameverbod in te voeren. Zowel de SGP als de ChristenUnie vinden de gewelddadige beelden en het bekijken van deze gewelddadige beelden moreel verwerpelijk. Zij vinden dat geweld niet normaal moet zijn in een samenleving.

 

Waarschijnlijk is Duitsland het eerste land waar een algemeen verbod zal gelden voor agressieve video games. In 2007 maakte Duitsland kenbaar een verbod op deze agressieve spellen op Europees niveau te steunen. In 2009 stelden een aantal ministers opnieuw een gameverbod voor, waarmee agressieve video games geweerd kunnen worden.

 

 

Argumenten voor een gameverbod

Er zijn diverse argumenten voor een gameverbod.

 

  • In eerste instantie zouden de gewelddadige spelletjes geweld oproepen bij mensen. Praktijkvoorbeelden zijn de recente gevallen in Duitsland. Ook in Amerika zijn er incidenten geweest waarvan wordt gezegd dat de dader veel agressieve computerspellen speelde.
  • In tweede instantie zouden mensen die niet direct een delict plegen, wel wennen aan gewelddadige spelletjes en agressieve beelden. Hierdoor kan iemand zijn moreel verschuiven. Geweld dat men normaal gesproken zou verwerpen, wordt als normaal beschouwd. Men went als het ware aan de agressieve video games.

 

De onderzoekers zijn er onderling niet over uit of mensen inderdaad agressiever worden door het spelen van gewelddadige computerspellen.

 

 

Argumenten tegen een gameverbod

Andere onderzoekers beweren namelijk dat een agressief computerspel een kanaal kan zijn voor iemand die teveel agressie ervaart. Agressieve personen kunnen hun agressie zo kanaliseren en zodoende zouden zij op straat minder geweld gebruiken. Als we dit tegen de argumenten voor een gameverbod leggen, wordt duidelijk dat dit voorlopig wel even een welles-nietes-spelletje zal blijven.

 

Ook de NVPI (Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs van beeld- en geluidsdragers) houdt er een eigen mening omtrent een algemeen gameverbod op na. Zo zou een verbod op veel te agressieve video games voor allerlei vragen zorgen. Volgens de NVPI is het begrip "extreem geweld" nauwelijks objectief te meten. De objectieve meetbaarheid wordt volgens hen een groot probleem bij het beoordelen van nieuwe computer games.

 

Een ander argument van de NVPI is dat een verbod op agressieve video games een bedreiging is voor de vrijheid van meningsuiting en het vrije verkeer van goederen binnen Europa. Ook stelt de NVPI de vraag of andere content (inhoud) bij het invoeren van een gameverbod niet ook verboden moet worden, zoals gewelddadig materiaal op de televisie.